Muisstil was het. Die allereerste nacht van jouw leven. De andere pas bevallen moeders in de kamer sliepen. Ik niet. Ik hield je vast, dicht tegen me aan, met een dikke keel van emoties. Ik was uitgeput van de bevalling, maar de adrenaline en aanhoudende hoofdpijn zorgden ervoor dat ik niet in slaap viel. Hoe kon ik überhaupt slapen nu jij er eindelijk was?

De film van de bevalling bleef door m’n hoofd spelen. Flarden van gesprekken tussen verpleging en gynaecoloog kwamen helder terug in mijn geheugen, de spanning van het laatste moment toen het bijna misging zat nog in mijn lijf en totaal onbelangrijke details van de smerige doucheruimte drongen zich aan me op.

Het is mei 1999. Jij en ik liggen na je geboorte op de kraamafdeling van De Mariastichting in Haarlem. Inmiddels bestaat het niet meer. Er zijn luxe appartementen van gemaakt. Laatst bleek een klant aan wie we kraamzorg verleenden, in één van die appartementen te wonen. Raar idee. Misschien woont zij wel precies op de plek waar ik bevallen ben van jou. Verloskamer 2, vlak bij het kapelletje.

De bevalling begon met een voorzichtige inleiding door middel van het aanbrengen ‘een vetertje’ in de baarmoedermond op zondagavond. Poging 1 mislukte, want hij bleef niet zitten. Poging 2 resulteerde binnen een uur in rugweeën. Na een eenzame nacht met helse rugpijn, mocht ik ’s morgens even ‘lekker douchen’ om de bevalling te stimuleren. Ja ja, lekker douchen onder een straaltje dat eigenlijk meer de beschrijving van ‘druppelende kraan’ verdiende. In een te kleine, aftandse ruimte met viezigheid tussen kapotte tegeltjes en andermans haren in het putje. Niet echt een plek om je bevalling verder op gang te laten komen. Ik werd er alleen maar misselijk van. Ik wed dat die huidige nieuwe luxe appartementen op die plek hippe regendouches hebben!

De nacht na de bevalling, die ondanks de pijn of misschien wel juist dankzíj, een onvergetelijke indruk op mij maakte, lag ik dus te luisteren naar de zachte geluidjes die je maakte. Ik was voortdurend bang dat je misschien zou ophouden met ademhalen. En ik voelde me alles tegelijk: opgelucht, dankbaar, blij, huilerig, eenzaam, onzeker, trots, gelukkig … De lijst is nog veel langer. En terwijl ik naar je keek en je steeds zachte kusjes op je bolletje gaf, dacht ik: “Wie zal jij zijn als je straks groot bent?” Ik zag beelden voor me van een lange slungel met krullen van een jaar of 17 en ik kon me niet voorstellen dat het kleine, zachte bundeltje mens dat ik in m’n armen hield, op enig moment zou kunnen uitgroeien tot zo’n lange slungel. Terwijl ik je kleine zachte voetjes vasthield, wist ik dat het eens grote mannenvoeten zouden worden. Maat 44? Misschien wel harig. Ongelooflijk. Zou je op een brommer rijden? Zou je zo lang worden als een basketballer? Of zou je helemaal niet van sport houden? Zou je muzikaal zijn, creatief?

Ik voelde op dat moment zo’n immens grote liefde; een totaal onbekend gevoel, dat met niets te vergelijken is. Groter dan ik, groter dan alles. En ik wist dat ik je alle vrijheid zou geven om te worden wie en wat je zelf zou willen worden. Hoewel ik heel graag stiekem alvast om een hoekje van de toekomst wilde kijken.

Nu is het 2016 en bén je 17. Twee weken geleden heb je eindexamen gedaan. Je hebt inmiddels grote voeten en behaarde lange benen. Niets in jou, behalve je glanzende ogen, doen nog denken aan dat kleine baby’tje. Je maakt muziek en wil daarvan je beroep maken. Je hebt je eigen stijl en je weet wat en hoe je het wil. En met wie. ’s Werelds beste DJ heeft je een paar maanden geleden ‘ontdekt’ en ik heb vorige week je eerste platencontract getekend. Omdat je nog geen 18 bent, moest ik dat voor je doen. Mócht ik dat doen.

Geen brommer, geen basketbal, maar je eigen weg. En die weg past bij je.

Er zijn handen die je dragen
Ogen die je strelen
Stemmen die voor je zingen, zo blij
Omdat je er bent

Er is een vuur dat voor je brandt
Een licht dat voor je straalt
Een oceaan van liefde zo groot
Omdat je er bent

En wat je ook wilt worden
Wie je ook zult zijn
Wat je ooit gaat doen, m’n kind,
Zo lang jij er bent:

Voel de handen die je dragen
Ogen die je strelen
Stemmen die voor je zingen, zo blij
Omdat je er bent

Omdat jij er bent!

Gedicht: Marcel Heerink